Jeugd & Breedtesport Nieuws

Terugblik op het verleden van de Seinpaal

donderdag 23 december 2021

Toen kortgeleden sporthal De Seinpaal door de nieuwe eigenaar, Woningbouwvereniging De Vooruitgang was leeggehaald en alle vleermuizen inmiddels waren weggevlogen kon met de sloop van het markante, maar verouderde gebouw worden begonnen. De Seinpaal is voor vele mensen nog slechts een dierbare herinnering. Tijd om nog een keer terug te blikken op het verleden van en in de sporthal.

 

Hoe het begon

Eind jaren zestig begon de toen nog bestaande ‘Katholieke Arbeiders Jeugd’ in Volendam bij de gemeente aan te dringen op het bouwen van een sporthal in Volendam. Het zou goed zijn voor onze jeugd om de jongens en meisjes kennis te laten maken met diverse sporten en ze hiervoor een goed onderdak te bieden. Net als heden ten dage had de gemeente naar eigen zeggen niet het geld om een sporthal te laten bouwen. Omdat de gemeentebestuurders ook zeker wilden weten of en hoe groot de belangstelling van de jeugd was voor een sporthal, stelde de gemeente voor een deel van de kosten voor de bouw door de plaatselijke bevolking te laten betalen middels een inzamelingsactie. Het plan werd gemaakt om alle woningen in Volendam langs te gaan om aan de bewoners te vragen of en hoeveel geld ze gedurende een heel jaar wilden doneren.

 

HV/KRAS (toen nog RK HV Volendam) haalt het geld wel op

Omdat de handbalvereniging HV KRAS/Volendam toen al veel leden had, bepaalde de toenmalige voorzitter Evert Runderkamp, ook bekend als de Donkere, dat de leden van KRAS het geld wel zouden ophalen. Aldus geschiede en afhankelijk van de afspraken werd maandelijks of wekelijks het geld bij de donateurs opgehaald. De handballeden vonden dit eigenlijk geen probleem omdat HV KRAS na realisatie van de sporthal in de Seinpaal zou gaan spelen. De teams zouden dan niet langer naar Amsterdam hoeven te reizen om in oude RAI hun thuiswedstrijden te spelen.

 

Spaaractie geslaagd

De spaaractie slaagde en op zaterdag 14 oktober 1972 kon Prins Claus in aanwezigheid van de toenmalige burgemeester Kok de nieuwe sporthal openen. Vele belangstellenden trokken naar de Harlingenlaan om de komst van de Prins en de opening bij te wonen. Een extraatje daarbij was dat de Prins zou komen met een helikopter en zo’n machine van dichtbij te zien landen was in die jaren nog redelijk nieuw en spannend. Omdat de Seinpaal op aandringen van het K.A.J. tot stand was gekomen, was het Jan Kwakman (beter bekend als dokter Bolletje) van deze vereniging die de openingsspeech hield, waarna Prins Claus als openingshandeling een rieten mand omhoog hees aan een hoge mast, een zogenaamde seinpaal. De naam seinpaal, waarnaar de sporthal is vernoemd, verwijst namelijk naar de hoge mast die op de plaats van de latere sporthal stond. Bij (verwacht) stormweer werd een mand aan de paal gehesen om met name vissers en schippers te waarschuwen voor mogelijk gevaarlijk weer. Zowel het gebouw, de paal en de mand zijn alle verleden tijd.

 

Status van cafébedrijf

Omdat in de omgeving van de Seinpaal een nieuwe woonwijk ontstond, waar behalve de Seinpaal geen enkel café, restaurant of verenigingsgebouw werd gebouwd, kreeg de kantine van deze sporthal de status van horecabedrijf, mede bedoeld voor de mensen die in de omgeving geen andere mogelijkheden hadden om in de buurt samen te komen. Jan Smit (Bokkum) werd de eerste beheerder van de sporthal-kantine. Na zijn vertrek ging Werner Smit de kantine runnen.

 

Drukte voor obers

In de jaren negentig toen het eerste Herenteam van HV KRAS steeds betere wedstrijdresultaten liet zien en hoger ging spelen werden ook de voorzieningen voor dit team beter. Dat leidde voor de obers van het nieuwe Gouwtje (de eerdere thuisbasis van de handbal), bestaande uit Cees Zwarthoed (toetjes), de veel te jong overleden Siem Admiraal en Jan Sier (Drum) tot behoorlijke drukte. Ze werden plotseling obers op twee locaties. Vooral bij een thuiswedstrijd van de Heren 1 was het een gehaast en gevlieg. De Heren 1 kwamen namelijk eerst naar het Gouwtje (of naar de kantine van Succes) om het gebruikelijke biefstukje te eten, klaargemaakt door de bovengenoemde bediening. Als de biefstuk met brood op was, vertrokken de spelers meteen naar de Seinpaal waar ze moesten spelen. Ook daar stonden Cees, Jan en Siem achter de bar. Dat betekende dus snel afwassen en opruimen in het Gouwtje of bij Succes en dan razendsnel naar de Seinpaal om die als eerste te openen voordat de tegenpartij en de bezoekers zich zouden melden. En dan gelijk weer koffie, thee of een biertje tappen!

 

Werner, icoon van de Opperdam

Het was Werner Smit die de Seinpaal tot grote bloei bracht, daarbij ondersteund door grote sportieve successen die werden behaald. De zaalvoetbalclub ‘Kras Boys’ was destijds een topper van de eerste orde, maar ook onze volleyballers speelden de sterren van de hemel. Het kwam zowel de kantine als de sporthal ten goede. De clubs beleefden gouden tijden. In de jaren tachtig en negentig waren ook bedrijfstoernooien heel populair. Er werd zelfs een barrentoernooi georganiseerd. Het ging dan vooral om zaalvoetbal- en volleybalwedstrijden. De toernooien trokken volle zalen en zorgden voor gedroomde omzetten.

 

HV KRAS ging beheren

Toen Werner Smit op een gegeven moment te kennen gaf iets anders te willen gaan doen, kreeg hij een baan bij Succes en nam afscheid van de Seinpaal. Jaap de Bok vond toen dat HV KRAS het beheer van de Seinpaal dan wel over kon nemen. Hij vond dit Klaas Veerman (Bet) dit klusje wel kon klaren. Die raakte ten gevolge van zijn gezondheid uit zijn reguliere werk. En aldus geschiede.

 Na enige tijd werd het toch te veel voor Klaas Bet en nam Jan Kwakman (Brak) het beheer van de Seinpaal over, daarbij ondersteund door zijn vrouw Lies. Jan Sier (drum) en Siem Admiraal zorgden voor de kantine. ”In die tijd was eigenlijk niets te gek,” vertelt Jan Brak. ”De zaal was ‘over de kop’ vol. Er werd toen niet op een mannetje meer of minder gekeken. De ook al overleden Jaap Schilder (de Bok) zei gewoon: “Niet stoppen, doorduwen, hiervan moeten we het hebben! Er werd een tribune gebouwd op de balustrade en waar maar een stoel kon staan, stond een stoel. Die werden gewoon vanuit Succes aangesleept. Dit kon toen nog. Deze drukte deed zich ook toen HV KRAS steeds succesvoller ging spelen. Eén keer was het in de hal zo erg vol dat er werkelijk niemand meer bij kon. Toch klopte nog iemand aan om binnen te komen. De vrijwilliger die die avond als portier optrad, wist niet (of misschien ook wel) dat de burgemeester voor de deur stond en riep: “Het is helemaal vol; er kan echt geen mens meer bij.” De burgervader moest onverrichterzake naar huis.

 

De laatste beheerder vertelt verder

Jan Kwakman (Brak) vertelt smakelijk over wat hij zoal meemaakte met en in de Seinpaal. Al voor de uiteindelijke sloop van de oude sporthal begon de wind die al beetje bij beetje af te breken. “Bij een storm vloog het dak eraf, maar ook een hoek van de muur waaide weg, terwijl het stroomde van de regen. Het water gutste naar binnen, waar de dag erna weer les moest worden gegeven. Dus op zoek naar zeilen om het water zoveel mogelijk buiten te houden en kuipen om het water op te vangen. Tot diep in de nacht was ik bezig om de kuipen te plaatsen en de zeilen op te hangen, maar ’s morgens konden de leerlingen gewoon weer gymmen!” Ter voorkoming van meer stormschade moest later ook de ‘paal met de mand’ worden weggehaald omdat dit symbool van de Seinpaal om zou kunnen vallen bij een wat stevige bries. Maar Jan verzorgde uiteraard ook de opening en sluiting van de Seinpaal tijdens vakanties, maakte afspraken met sportploegjes die wilden komen spelen, zorgde waar nodig voor de koffie en thee. “Maar,” vult Lies aan, “Jan liep ook per dag meerdere keren langs de sporthal om te controleren of alles nog in orde was!” En ook alle kleine reparaties die Jan zelf kon verhelpen, voerde hij uit en voor kleine klusjes draaide hij zijn hand niet om.  

 

Kindervoorstellingen van onze jeugd

 “Een activiteit van een heel andere orde, die ik leuk vond om te begeleiden,” gaat Jan verder “waren de kindervoorstellingen van de lokale scholen. Hiervoor werd de kantine van de Seinpaal ter beschikking gesteld. Dit gebeurde ten behoeve van leerlingen van de basisscholen om ze spelenderwijze allerlei culturen te leren kennen. De kinderen beeldden dan van alles uit, van Indianen tot Eskimo’s, mensen van allerlei kleur en ras, van Japanners tot Papoea’s.  De mensen van de Seinpaal vonden het een leuke afwisseling van hun normale werk.”  

 

Op en na het afscheidsfeest nog aan het werk

Omdat een aantal bezoekers dachten dat na het knallende afscheidsfeest van de Seinpaal daar geen activiteiten meer zouden plaatsvinden, begonnen ze aan het einde van de avond al vast de sportzaal te strippen om herinneringen mee te nemen, waarbij zelfs een heel stuk vloer verdween. Op zich allemaal niet zo erg, maar er moest nog wel een wedstrijd worden gespeeld! Zelfs na de laatste slotakkoorden moest Jan nog aan het werk om een dag later de sporthal weer tiptop in orde te hebben voor de laatste sportactiviteiten. Het lukte hem ook nog.

Nog altijd blijven mensen even staan bij de overblijfselen van de Seinpaal en worden herinneringen opgehaald aan dit iconische gebouw. Iedereen lijkt er wel een keer binnen te zijn geweest. De een om te sporten, een ander om te kijken en een derde gewoon een keer voor de gezelligheid met vrienden of collega’s.

Volendam heeft weer een bladzijde van de geschiedenis omgeslagen.